Het nieuwe goederenrecht, in werking getreden op 1 september 2021, bevat een titel “Burenrelaties”. Deze titel regelt een groot deel van wat men het burenrecht kan noemen: de functionele rechtstak die de relaties tussen buren (ruim opgevat) regelt. Het voorliggende boek is bedoeld als een overzicht van het Belgische burenrecht na de hervorming van het goederenrecht. Het behandelt in de eerste plaats de bepalingen van de titel “Burenrelaties”, zijnde de erfdienstbaarheden (gevestigd door de mens of door de wet), de mandeligheid en het verbod op burenhinder. Daarnaast worden ook andere voor buren belangrijke privaatrechtelijke rechtsfiguren behandeld, zoals de afpaling, het feitelijk gedogen door de eigenaar (art. 3.67 BW), de definitie van het perceel ofte erf en de bezits- en eigendomsvorderingen. Het publieke burenrecht wordt evenwel niet vergeten. In het bijzonder worden de rechten en plichten van buren ten opzichte van landwegen, spoorwegen en waterwegen behandeld. Ook wordt punctueel aandacht gegeven aan het ruimtelijkeordeningsrecht.
Juridisch overzicht van het Belgische burenrecht na de hervorming van het goederenrecht, in werking sinds 1 september 2021. De focus ligt op de titel “Burenrelaties” en op privaatrechtelijke regels tussen buren, waaronder erfdienstbaarheden, mandeligheid en het verbod op burenhinder. Daarnaast behandelt de tekst afpaling, feitelijk gedogen door de eigenaar, de definitie van perceel of erf en bezits- en eigendomsvorderingen. Ook het publieke burenrecht komt aan bod, met aandacht voor rechten en plichten tegenover landwegen, spoorwegen en waterwegen, evenals punctuele aspecten van het ruimtelijkeordeningsrecht.
Het nieuwe goederenrecht, in werking getreden op 1 september 2021, bevat een titel “Burenrelaties”. Deze titel regelt een groot deel van wat men het burenrecht kan noemen: de functionele rechtstak die de relaties tussen buren (ruim opgevat) regelt. Het voorliggende boek is bedoeld als een overzicht van het Belgische burenrecht na de hervorming van het goederenrecht. Het behandelt in de eerste plaats de bepalingen van de titel “Burenrelaties”, zijnde de erfdienstbaarheden (gevestigd door de mens of door de wet), de mandeligheid en het verbod op burenhinder. Daarnaast worden ook andere voor buren belangrijke privaatrechtelijke rechtsfiguren behandeld, zoals de afpaling, het feitelijk gedogen door de eigenaar (art. 3.67 BW), de definitie van het perceel ofte erf en de bezits- en eigendomsvorderingen. Het publieke burenrecht wordt evenwel niet vergeten. In het bijzonder worden de rechten en plichten van buren ten opzichte van landwegen, spoorwegen en waterwegen behandeld. Ook wordt punctueel aandacht gegeven aan het ruimtelijkeordeningsrecht.