eu economic governance en het recht op collectief onderhandelen
pieter pecinovsky
Een juridisch onderzoek naar de problematische verhouding van het Europese economische beleid en de sociale grondrechtenNaast wetgeving maakt de Europese Unie ook gebruik van een hybride beleidsmethode, genaamd ‘economic governance’, om o.a. jaarlijks aanbevelingen te geven aan de lidstaten, waarvan de EU de opvolging monitort via het Europees semester. Deze aanbevelingen hebben betrekking op de begroting en de economie, maar ook op het sociaal en werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten.Terwijl de EU geen sterke wetgevingsbevoegdheden heeft inzake de sociale dimensie, maakte het – zeker tijdens de crisis – uitvoerig gebruik van EU ‘economic governance’ om ‘soft law’-richtsnoeren uit te delen inzake werkgelegenheid, arbeidsrecht en sociale zekerheid. Een groot aantal aanbevelingen hadden betrekking op de loonvorming of rechtstreeks op een hervorming van het collectieve onderhandelingssysteem.Een aanvaring met het fundamentele recht op collectief onderhandelen (en sociale dialoog) van de sociale partners was dan ook onvermijdelijk. Dit recht, dat een zekere autonomie aan de sociale partners geeft om met elkaar over sociale aangelegenheden te onderhandelen, is niet alleen beschermd door de EU-rechtsorde zelf, maar ook door de Internationale Arbeidsorganisatie en de Raad van Europa (EVRM en ESH). Het onderzoek heeft nagegaan in welke mate EU ‘economic governance’ problematisch is in het licht van het recht op collectief onderhandelen, wat tot schendingen van dit recht in de verschillende rechtsorden kan leiden. Uit de evaluatie van de aanbevelingen en de maatregelen trekt het onderzoek lessen voor de EU (en de lidstaten) om EU ‘economic governance’ beter met het recht op collectief onderhandelen te verzoenen, rekening houdend met het postcrisisklimaat en de hernieuwde aandacht voor de sociale dimensie van de EU.