(verboden) arbeid
kelly reyniers
In dit werk wordt enerzijds het concept arbeid onderzocht (deel I), en anderzijds het verbieden van arbeid als beschermingsmechanisme in het arbeidsrecht (deel II). Inzicht in het verbieden van arbeid als techniek ter bescherming van de (waardigheid van de) werknemer vereist immers een duidelijk beeld en afbakening van wat arbeid is en hoe – globaal genomen – in de samenleving tegen arbeid wordt aangekeken. De invulling van het begrip arbeid in het arbeidsrecht werd tot voor kort maar weinig bestudeerd. De ingrijpendste – en uit historisch oogpunt vrijwel de oudste – vorm van arbeidsrechtelijke bescherming bestaat in het verbieden van bepaalde arbeid en tewerkstelling. Illustratief is een van de eerste sociaalrechtelijke wetten, de Vrouwen- en kinderarbeidswet uit 1889, waarin bepaalde tewerkstelling van kinderen, jongeren en vrouwen werd verboden. Ook nu blijkt het arbeidsrecht nog steeds vormen van verboden arbeid te hanteren. De maatschappelijke en juridische context is nochtans fundamenteel gewijzigd. Op het juridische vlak springt o.m. de evolutie naar een rechtshomogene samenleving in het oog: meer dan ooit bepalen internationale en Europese rechtsnormen mee de inhoud en invulling van de nationale arbeidsrechtelijke regels. De vraag rijst dan ook waarom vormen van verboden arbeid destijds werden ingevoerd en op welke wijze deze verboden zijn gerecipieerd in een gewijzigde maatschappelijke en thans rechtshomogene context. Waaruit bestaat bovendien het beschermde belang dat de legitimatie vormt voor het verbieden van arbeid, een ingrijpende beperking op de vrijheid van arbeid en van ondernemen? Dit onderzoek spitst zich toe op de arbeidsverboden uit de Arbeidswet van 16 maart 1971, met name het verbod op kinderarbeid, arbeidsverboden voor jeugdige werknemers, arbeidsverboden voor vrouwen, het verbod op nachtarbeid en het verbod op zondagsarbeid. Het werk omvat een juridische studie met ruime aandacht voor het internationale en grondrechtelijke perspectief. Het begrip ‘arbeid’ wordt op een interdisciplinaire wijze benaderd. Ook de arbeidsverbodsbepaling wordt – waar mogelijk – onderzocht in verhouding tot de maatschappelijke context die eraan ten grondslag ligt. Kelly Reyniers studeerde rechten aan de Universiteit Antwerpen en behaalde een master in het sociaal recht aan de Vrije Universiteit Brussel. In 2011 promoveerde zij aan de Universiteit Antwerpen tot doctor in de rechten. De auteur is verbonden aan de Onderzoeksgroep Sociale Concurrentie en Recht van deze universiteit, waar zij wetenschappelijk voornamelijk actief is in het domein van het arbeidsrecht, het welzijnsrecht en de (sociale) grondrechten.